Geschiedenis

In maart 1901 laat Harry Budé zijn houthandel, die is gevestigd te Meerssen, inschrijven bij de Kamer van Koophandel in Maastricht. Het betrof een kleine houthandel gericht op Meerssen en omgeving waar uitsluitend inlands hout werd verwerkt. Naast hout handelde Budé ook toen al – op bescheiden schaal – in boards, cement, dakpannen en diverse soorten leidingen en pijpen. In die tijd kocht Budé bij boeren en landeigenaren de bomen op, kapte zelf en verwerkte deze tot balken en planken, hoofdzakelijk voor huizenbouw. Personeel had Budé niet in dienst, hij verrichtte alle werkzaamheden eigenhandig en kreeg daarbij ondersteuning van zijn vrouw en dienstbode.

Budé heeft geen opvolger en besluit na verloop van tijd zijn bedrijf te verkopen. Jos Vossen, directeur van de plaatselijke Amsterdamse Rotterdamse Bank waagt, samen met zijn zwager Antoine Petit, de stap en zij nemen in 1931 het bedrijf over. Een goede combinatie aangezien Petit bekend was met de houthandel en derhalve de bedrijfsvoering op zich nam, terwijl Vossen zich richtte op de administratieve afhandeling. De naam Budé blijft gehandhaafd. In 1939 wordt houtzagerij Maas, ook gevestigd in Meerssen, aan het bedrijf toegevoegd.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt langzaam maar zeker overgegaan op Duits en Scandinavisch hout vanwege de voordeliger prijsstelling. Budé kapt dan niet meer zelf en wordt meer een handelsbedrijf. In 1961 laat Petit zich uitkopen en wordt Lou Vossen, de zoon van Jos Vossen, opgenomen in de directie. In de jaren zestig krijgt het bedrijf een stevige groei-impuls, mede door de sterk toegenomen bouwactiviteiten. Nederland zat nog met een enorm woningentekort als gevolg van de oorlog en er was een stijgende vraag naar bouwmaterialen. Natuurlijk haakt het bedrijf in op de vraag uit de markt, en er worden meer bouwmaterialen in het productassortiment opgenomen.

Foto van fa. Maas (1939),  die in dat jaar werd toegevoegd aan Budé
(hout kwam nog met paard en wagen)

Maar hout blijft het belangrijkste. Budé levert hoofdzakelijk aan de kleinere en middelgrote aannemers en de industrie. Een klein percentage wordt ook geleverd aan particulieren want in het zuiden van Nederland is het vrij gebruikelijk dat particulieren zelf hun huis bouwen.

De vestiging in Meerssen wordt te klein en het bedrijf wijkt eind jaren zestig uit naar de Klipperweg in de Beatrixhaven waar het tot op heden is gevestigd. Het hoofdkantoor blijft nog enige tijd achter in Meerssen, maar eind jaren tachtig verhuist dat ook naar de Beatrixhaven.

Naast de houthandel had Budé in Meerssen een kleine winkel voor bouwmaterialen. Die groeide in de jaren zestig uit tot een redelijk omvangrijke showroom waar de klanten van de aannemers hun spullen konden uitzoeken. Om efficiënter te werken wordt Budé lid van Ciboma, een inkoopvereniging van handelaren in bouwmaterialen. Later wordt dat omgevormd tot Alpha-Ciboma, de basis voor wat later BouwCenter zou gaan heten.

In de jaren zeventig gaat het slecht met de Nederlandse economie. Dat heeft gevolgen voor de huizenbouw en de markt stort in. Ook de bouwmaterialensector wordt daardoor getroffen en moet naar een andere afzet uitkijken. Dat werd de particulier, de doe-het-zelver. Een trend die al in andere landen opkwam. De eerste doe-het-zelf-winkels in Nederland worden geopend. Budé bediende al van oudsher ook de particuliere markt en wachtte even rustig af. Maar in 1977 opent het bedrijf haar eerste Gamma winkel in Meerssen, op de locatie waar vroeger de houthandel was gevestigd.

Gamma / Karwei

In 1977 opende Budé haar eerste Gamma in Meerssen. Inmiddels exploiteert Budé vijf Gamma’s en drie Karwei’s, verspreid over heel Zuid Limburg. Naast de eerdergenoemde vestiging in Meerssen zijn er Gamma’s in Brunssum, Kerkrade, en twee in Maastricht. Karwei’s zijn er in Elsloo-Stein, Landgraaf en in Maastrcht.